Mij werd geleerd dat de herfst op 21 september begint. Dat is niet helemaal zo. De herfst begint op de dag dat de dag en de nacht even lang zijn. Morgen om 15:30 uur is het zo ver.
De astronomische herfst begint in Nederland en België op dinsdag 22 september. De herfst begint op het noordelijk halfrond (meestal) op 23 september en eindigt (meestal) op 21 december. Het begin van de herfst (22 of 23 september) is bepaald op basis van een afspraak. Astronomisch gezien begint de herfst als de dag en de nacht even lang zijn. Tijdens de herfst worden de dagen steeds korter. Deze herfstnachtevening vindt plaats op of rond 23 september op het noordelijk halfrond. De zon gaat dan door het herfstpunt en de dag en de nacht zijn ongeveer even lang. De herfst eindigt met de winterzonnewende (rond 21 december).
Aanvangstijdstippen van de astronomische herfst in Nederland:
2020 - 22 september 15:30 uur
2021 - 22 september 21:21 uur
2022 - 23 september 03:03 uur
2023 - 23 september 08:50 uur
2024 - 22 september 14:43 uur
Meteorologische herfst
Om praktische, maar ook klimatologische redenen begint de meteorologische herfst op 1 september en duurt tot 1 december. Voor meteorologen is het op deze manier makkelijker om seizoenen met elkaar te vergelijken. Ook komt het weerpatroon dat typisch is voor een seizoen (bijv. regen en wind in de herfst) beter overeen met de meteorologische indeling dan met de astronomische. Dat een nieuw weerkundig seizoen begint op de eerste dag van de maand, werd in 1780 door de Societas Meteorologica Palatina - een van de eerste internationale weerorganisaties - ingesteld.
bron: beleven.org
maandag 21 september 2020
vrijdag 18 september 2020
Een nieuwsgierige Kleine bonte specht
De Kleine bonte specht is de kleinste specht in Nederland en België, niet groter dan een flinke mus. De kleine bonte specht maakt een vlieggat met een diameter van 3 tot 3,5 centimeter. Wat deed deze Kleine specht bij het vlieggat? In zijn zoektocht naar voedsel, larven en andere ongewervelde, komt iedere specht wel eens in de buurt van andere nestholtes. Deze holte is waarschijnlijk gemaakt door een Middelste bonte specht, die een holte maakt die een centimeter groter is.
De lichaamslengte van een volwassen Kleine bonte specht bedraagt 14 tot 16 centimeter en de vleugelspanwijdte 25 tot 27 centimeter. De Kleine bonte specht geeft meer de voorkeur aan kleinere dode takken en twijgen vlak bij de grond. Heeft een voorkeur voor natte gebieden maar is ook te vinden in boomgaarden en een parkachtige omgeving. Onopvallend vogeltje dat je maar zelden te zien krijgt. Slechts zijn zang - een valkachtig 'kikiki'- verraadt hem. Verder onderscheidt de kleine bonte specht zich van zijn grotere broer door het ontbreken van de witte schoudervlekken en heeft het mannetje de rode vlek voor op het hoofd zitten in plaats van achter in de nek.
De snavel en poten zijn grijs gekleurd en de iris kastanjebruin. Het verenkleed is aan de bovenzijde overwegend zwart en aan de onderzijde wit met vage donkere streepjes. De vleugels zijn aan de bovenzijde duidelijk gebandeerd met brede, witte banen. De zwarte onderrug heeft smallere witte banen. Ook de staart is wit gebandeerd. Net als de meeste spechten heeft de kleine bonte specht staartpennen met stugge veerschachten, die extra ondersteuning bieden tijdens het klimmen. De kop is overwegend wit op de zijkanten en de keel. Vanaf de snavel loopt een zwarte baardstreep door tot halverwege de nek. Het voorhoofd is wit gekleurd, vaak met een gele tint.
De kleine bonte specht is duidelijk seksueel dimorf wat betreft de koptekening. Alleen het mannetje heeft een rode kruin, aan de zijkanten gebiesd met een zwarte streep. Het vrouwtje heeft een geheel zwarte kruin en is dus geheel zwart-wit gekleurd. Het juveniele mannetje heeft een roze vlek op de voorste helft van de kroon, bij het vrouwtje is deze plek donker of grijs gevlekt.
Buiten het broedseizoen voedt de kleine bonte specht zich voornamelijk met insectenlarven, die hij vooral op dunne dode takken van levende bomen zoekt. Tijdens het broedseizoen jaagt hij ook op kleine ongewervelden die op de oppervlakte van bast en bladeren leven, zoals bladluizen. Dit vormt ook het hoofdvoedsel voor de nestlingen.
De Kleine bonte specht maakt een holte die niet groter is dan 3 tot 3,5 cm. Deze lijkt groter.
De lichaamslengte van een volwassen Kleine bonte specht bedraagt 14 tot 16 centimeter en de vleugelspanwijdte 25 tot 27 centimeter. De Kleine bonte specht geeft meer de voorkeur aan kleinere dode takken en twijgen vlak bij de grond. Heeft een voorkeur voor natte gebieden maar is ook te vinden in boomgaarden en een parkachtige omgeving. Onopvallend vogeltje dat je maar zelden te zien krijgt. Slechts zijn zang - een valkachtig 'kikiki'- verraadt hem. Verder onderscheidt de kleine bonte specht zich van zijn grotere broer door het ontbreken van de witte schoudervlekken en heeft het mannetje de rode vlek voor op het hoofd zitten in plaats van achter in de nek.
De snavel en poten zijn grijs gekleurd en de iris kastanjebruin. Het verenkleed is aan de bovenzijde overwegend zwart en aan de onderzijde wit met vage donkere streepjes. De vleugels zijn aan de bovenzijde duidelijk gebandeerd met brede, witte banen. De zwarte onderrug heeft smallere witte banen. Ook de staart is wit gebandeerd. Net als de meeste spechten heeft de kleine bonte specht staartpennen met stugge veerschachten, die extra ondersteuning bieden tijdens het klimmen. De kop is overwegend wit op de zijkanten en de keel. Vanaf de snavel loopt een zwarte baardstreep door tot halverwege de nek. Het voorhoofd is wit gekleurd, vaak met een gele tint.
De kleine bonte specht is duidelijk seksueel dimorf wat betreft de koptekening. Alleen het mannetje heeft een rode kruin, aan de zijkanten gebiesd met een zwarte streep. Het vrouwtje heeft een geheel zwarte kruin en is dus geheel zwart-wit gekleurd. Het juveniele mannetje heeft een roze vlek op de voorste helft van de kroon, bij het vrouwtje is deze plek donker of grijs gevlekt.
Buiten het broedseizoen voedt de kleine bonte specht zich voornamelijk met insectenlarven, die hij vooral op dunne dode takken van levende bomen zoekt. Tijdens het broedseizoen jaagt hij ook op kleine ongewervelden die op de oppervlakte van bast en bladeren leven, zoals bladluizen. Dit vormt ook het hoofdvoedsel voor de nestlingen.
zaterdag 12 september 2020
Veel Grote visetende vogels op de Flaes
Omdat de Flaes (bijna) nooit droog valt zit er het gehele jaar rond voldoende vis voor grote visetende vogels zoals de Lepelaars, Reigers, Zwarte ooievaars en Aalscholvers. Het waterpijl is niet totaal afhankelijk van regenwater. Een deel van het water is kwelwater. Het gebied rond De Flaes en het Goor is nooit ontgonnen en kent dan ook nog een heel
oorspronkelijk karakter.
In het algemeen ontstaat kwel door een ondergrondse waterstroom van een hoger gelegen gebied naar een lager gelegen gebied. Kwel kan zich afspelen over afstanden van enkele meters tot vele kilometers. Kwel heeft vaak een bijzondere waterkwaliteit. Vooral diepe kwelstromen die eeuwenlang door de bodem hebben gestroomd, zijn zuurstof- en voedselarm en vaak kalk- en ijzerhoudend. Dit leidt tot bijzondere flora. Een plant als waterviolier geldt als kwelindicator.
Ontstaan van natuurlijke kwel
De grondwaterstroming, het reliëf en de geomorfologische opbouw van een gebied bepalen of er kwel ontstaat. Op de hogere delen van een gebied zakt het (regen)water in de bodem. Een deel van dit water stroomt af als freatisch grondwater en komt zo direct in sloten en plassen terecht. De rest dringt door de slecht doorlatende laag heen en komt uiteindelijk in het eerste watervoerende pakket of dieper terecht.
Of het diepere grondwater aan de oppervlakte zal komen wordt bepaald door het verschil in stijghoogte tussen het freatische grondwater en dit diepere grondwater. De wet van de communicerende vaten zegt dat water door de zwaartekracht van het ene vat naar het andere stroomt tot de waterniveaus gelijk zijn. In een hellend gebied zal het water van het hoger gelegen (infiltratie) gebied naar het lager gelegen gebied gaan stromen. Water dat op hoger gelegen delen is geïnfiltreerd en door de slecht doorlatende laag is gepasseerd heeft een grotere stijghoogte. Hierdoor is er een drukverschil en treedt het diepe grondwater als kwel aan de oppervlakte.
Drie visetende soorten in een beeld gevangen. De Lepelaars, Zwarte ooievaars en de Aalscholvers.
In het algemeen ontstaat kwel door een ondergrondse waterstroom van een hoger gelegen gebied naar een lager gelegen gebied. Kwel kan zich afspelen over afstanden van enkele meters tot vele kilometers. Kwel heeft vaak een bijzondere waterkwaliteit. Vooral diepe kwelstromen die eeuwenlang door de bodem hebben gestroomd, zijn zuurstof- en voedselarm en vaak kalk- en ijzerhoudend. Dit leidt tot bijzondere flora. Een plant als waterviolier geldt als kwelindicator.
De Aalscholvers hebben geen talkklier en kunnen hun veren niet waterafstotend maken, dus moeten ze hun vleugels spreiden om op te drogen.
Ontstaan van natuurlijke kwel
De grondwaterstroming, het reliëf en de geomorfologische opbouw van een gebied bepalen of er kwel ontstaat. Op de hogere delen van een gebied zakt het (regen)water in de bodem. Een deel van dit water stroomt af als freatisch grondwater en komt zo direct in sloten en plassen terecht. De rest dringt door de slecht doorlatende laag heen en komt uiteindelijk in het eerste watervoerende pakket of dieper terecht.
Of het diepere grondwater aan de oppervlakte zal komen wordt bepaald door het verschil in stijghoogte tussen het freatische grondwater en dit diepere grondwater. De wet van de communicerende vaten zegt dat water door de zwaartekracht van het ene vat naar het andere stroomt tot de waterniveaus gelijk zijn. In een hellend gebied zal het water van het hoger gelegen (infiltratie) gebied naar het lager gelegen gebied gaan stromen. Water dat op hoger gelegen delen is geïnfiltreerd en door de slecht doorlatende laag is gepasseerd heeft een grotere stijghoogte. Hierdoor is er een drukverschil en treedt het diepe grondwater als kwel aan de oppervlakte.
donderdag 10 september 2020
Waterleiding Netersel - Casteren bijna klaar
Vanaf 17 augustus 2020 is de weg van Netersel naar Casteren afgesloten voor verkeer, uitgezonderd fietsverkeer. De reden; het aanleggen van een nieuwe traject waterleiding. Het einde van de werkzaamheden is in zicht. De leidingen zijn met horizontaal gestuurd boren gelegd en de trajectafsluiters, een brandkraanaansluiting en een aftakking naar het Het Bosch (Bladel) zijn geïnstalleerd. Als de druktest is geslaagd worden de leidingen richting Netersel en Casteren eind volgende week op de 600 mm dikke hoofdleiding aangesloten.
Vanmorgen reed ik met de fiets langs de aanleg van de nieuwe waterpersleiding die sinds 17 augustus tussen Netersel en Casteren wordt aangelegd om een oude stalen leiding te vervangen. De trajectafsluiters, een brandkraan en een aftakking van de waterleiding zijn al geplaatst. Nu rest nog het afpersen van de leiding op lekdichtheid. Als die test positief uit pakt mogen de putten weer met zand worden gedicht. Eind volgende week wordt de nieuwe leiding aangesloten op de hoofdleiding die het water vanuit Vessem aanvoert.
Het volgende deel van het vernieuwde van de waterleiding laat nog even op zich wachten. Naar verluid is men er nog niet uit waar het traject binnen de bebouwde kom komt te liggen. Enerzijds zou de weg helemaal open gebroken moeten worden, of er zouden bomen gerooid moeten worden. Dat laatste is en gevoelige optie. Gezonde bomen rooit men niet zo snel. Nu wordt bekeken of er voor de leiding op een of ander manier een traject gevonden kan worden die beide hindernissen kan omzeilen. Wordt vervolgd...
De waterleiding is voorzien van afsluiters, trajectafsluiters, en lektest aansluitingen.
Vanmorgen reed ik met de fiets langs de aanleg van de nieuwe waterpersleiding die sinds 17 augustus tussen Netersel en Casteren wordt aangelegd om een oude stalen leiding te vervangen. De trajectafsluiters, een brandkraan en een aftakking van de waterleiding zijn al geplaatst. Nu rest nog het afpersen van de leiding op lekdichtheid. Als die test positief uit pakt mogen de putten weer met zand worden gedicht. Eind volgende week wordt de nieuwe leiding aangesloten op de hoofdleiding die het water vanuit Vessem aanvoert.
Om een druk lektest uit te kunnen voeren zijn er tijdelijk afsluiters aangebracht.
Links; een brandkraan aansluiting, rechts; een traject-afsluitkraan, met een afsplitsing die water maar Het Bosch (Bladel) moet voeren.
Om de splitsing richting Het Bosch (Bladel) te kunnen aanleggen moest een betonplaat uit het fietspad worden gebroken.
De waterleiding wordt hier aangesloten op de hoofdleiding L9 - L35.
De PVC pijpen op de afsluiters dienen als schacht voor de sleutels waar de kraan mee bediend wordt.
De nieuwe waterleiding wordt aangesloten op de leiding die Netersel van van water voorziet. De roest in de oude stalen leiding zegt genoeg.
Het volgende deel van het vernieuwde van de waterleiding laat nog even op zich wachten. Naar verluid is men er nog niet uit waar het traject binnen de bebouwde kom komt te liggen. Enerzijds zou de weg helemaal open gebroken moeten worden, of er zouden bomen gerooid moeten worden. Dat laatste is en gevoelige optie. Gezonde bomen rooit men niet zo snel. Nu wordt bekeken of er voor de leiding op een of ander manier een traject gevonden kan worden die beide hindernissen kan omzeilen. Wordt vervolgd...
Abonneren op:
Posts (Atom)



