maandag 6 april 2026

Waar dankt de Winterkoning zijn naam aan?

Waar dankt de Winterkoning zijn naam aan? Lang, lang geleden kwamen alle vogels bij elkaar om een koning te kiezen. Net zoals de landdieren ooit de leeuw als koning hadden gekozen, wilden ook de vogels een koning waar ze trots op konden zijn. Vele vogels betwistten elkaar de eretitel, vooral de grote vogels zoals de blauwe reiger, de jan van gent, de uil en de zeearend. Daarom werd besloten om een wedstrijd te houden: de vogel die het hoogst kon vliegen mocht zich koning of koningin van de vogels noemen.

De Winterkoninkje zingt, schel en hard: "ik ben de koning, ik ben de koning, ik ben de koning".

Op een windstille zonnige dag verzamelden alle vogels die een gooi naar het koningschap wilden doen, zich op een weidse vlakte. De kwartel, de korhoen en de meerkoet waren toeschouwers omdat deelname zinloos was door hun geringe vliegprestaties. De graspieper en de veldleeuwerik kwamen heel ver, maar gaven na een paar honderd meter op en fladderden vrolijk zingend naar beneden. De arend, de buizerd en de ooievaar cirkelden met een rustige vleugelslag gestaag naar grote hoogten. De knobbelzwaan met zijn dikke lijf en zwiepende vlucht kwam tot ieders verbazing heel hoog, in gezelschap van de bosuil met zijn geruisloze vleugelslag. De zwaluwen schoten als een raket omhoog. Alle vogels op de grond keken vol spanning naar de ontknoping. Uiteindelijk vlogen alleen de gierzwaluw en de zeearend naar ijle hoogten, tot ze naar adem moesten happen. De ranke zwaluw erkende tenslotte zijn meerdere in de grote zeearend met vleugels als kamerdeuren. De arend krijste zijn rauwe overwinningskreet de lucht in en stortte zich glorieus naar beneden. Maar tot zijn ontzetting vloog vanuit zijn rugveren een klein bruin vogeltje, dat al schetterend nog een metertje hoger vloog.

Verbijsterd keken alle andere vogels in een doodse stilte toe hoe na de grote zeearend een heel klein vogeltje landde en kwetterend riep "ik ben de koning, ik ben de koning!" Dat vogeltje was zo’n klein en onbetekenend bruin gekleurd bolletje veren, dat deze niet eens een naam had. Met zijn spitse snaveltje en eigenwijze staartje dat omhoog wees, stond het trots met zijn borst vooruit in de kring. Maar alle vogels waren boos over het valse spel van het kleintje en wilden hem straffen. Het kleintje vloog snel weg uit angst voor de boze vogels met prikkende snavels. Die angst is gebleven en daarom leeft hij tot op de dag van vandaag schichtig in de beschutting van het kreupelhout en laat zich zelden goed zien.

Toen de zeearend na zijn nederlaag een nachtje had geslapen, vloog hij naar de rand van het bos en riep de kleine vogel. "Ik heb er diep over nagedacht en wil een voorstel doen. Kunnen wij het koningschap delen? Jij koning in de winter en ik in de zomer?” Dat vond het kleine verenbolletje een goed idee. Daarom kreeg hij een naam: winterkoning. En hij is zo blij met het gedeelde koningschap dat hij ook in de winter zingt. Je kunt hem het hele jaar door horen, maar vooral heel goed in de winter, als bijna alle andere vogels stil zijn. En als je dan heel goed luistert, kun je het winterkoninkje horen zingen, schel en hard: "ik ben de koning, ik ben de koning, ik ben de koning!"."



Winterkoningen zijn een van de meest voorkomende broedvogels door de zachte winters. Tijdens strenge vorstperioden vallen velen ten slachtoffer door voedselgebrek. Ze eten kleine insecten die tijdens de vorst te diep verstopt zitten of ook bezwijken aan de kou. Veilig beschut voor vijanden leven ze in dicht laag struikgewas. Een mannetje maakt verschillende nestjes en het vrouwtje kiest de beste uit. Als dit vrouwtje broedt probeert hij een ander vrouwtje voor een ander nestje te strikken.

Uit het boek 'Natuurverhalen' van Els Baars, waarin te lezen is hoe dit kleine vogeltje aan zijn naam kwam.

donderdag 2 april 2026

Voorjaarszang van de Pimpelmees

De voorjaarszang van de pimpelmees is een kenmerkend, hoog en rinkelend geluid dat vaak wordt omschreven als een 'zilveren belletje' of een 'zilveren lachje'. Het is een van de eerste vogelgeluiden die de lente aankondigt.


Voorjaarszang van de Pimpelmees🎤

Pimpelmezen beginnen al vroeg in het jaar te zingen, vaak al in februari of maart, wanneer ze territoria afbakenen voor het broedseizoen. Het geluid klinkt ijl, helder en feller dan de zang van de koolmees. Het liedje begint meestal met twee of drie iets hogere begintonen, gevolgd door een hele snelle, rinkelende serie van een iets lagere toon.

De zang wordt vooral door het mannetje gebruikt om een vrouwtje te lokken en concurrenten op afstand te houden. Waar de koolmees vaak een duidelijk twee- of drielettergrepig, ritmisch "fietspomp"-geluid maakt, is de pimpelmees sneller en rinkelender. In het vroege voorjaar is deze zang vaak te horen in tuinen, parken en bossen, vaak bungelend aan twijgjes terwijl ze op zoek zijn naar voedsel.

De pimpelmees heeft een kenmerkend blauw ‘petje’, gele borst, smalle zwarte oogstrepen, zwartblauwe kinvlek en blauwachtige vleugels. Mannetjes zijn helderder van kleur dan vrouwtjes. In de broedtijd eten ze vooral insecten en hun larven (rupsen), spinnen en andere geleedpotigen. In de winter eten ze ook veel zaden, van ondermeer de berk, lariks en haagbeuken. Maar ook pinda's, die ze dan veel op voedertafels vinden.

vrijdag 27 maart 2026

De Zwartbekgrondel duikt op in het Postelvaartje

Zwartbekgrondels zijn invasieve vissoorten. De soort is afkomstig uit de Zwarte en Kaspische Zee en is via de grote rivieren en ballastwater van schepen in onze wateren terechtgekomen. De soort is in 2004 voor het eerst in Nederland en België aangetroffen. Sindsdien heeft de zwartbekgrondel zich snel verspreid via de rivieren en kanalen.


De Zwartbekgrondel duikt op in het Postelvaartje🎤

Zo zijn Zwartbekgrondels al opgedoken in het Postelvaartje nabij het Belgische Postel. De paaitijd loopt van april tot september, waarbij vrouwtjes meerdere keren per jaar eieren afzetten op stenen, schelpen of andere harde substraten. In het Postelvaartje zit een mannetje onder wat stenen te schuilen waar mogelijk eitjes zijn gelegd. De eitjes worden bewaakt door het mannetje totdat ze uitkomen. Na uitkomst verspreiden de larven zich in stroomafwaartse richting waar ze al snel nieuwe leefgebieden koloniseren.

De zwartbekgrondel behoort tot de familie van de grondels en is een bodemvis. Het lichaam is gedrongen en heeft afhankelijk van de ondergrond een lichtere of donkerdere grijsbruine of olijfgroene kleur met bruine vlekken op de flanken. Mannetjes worden tijdens de paai soms geheel zwart. De Zwartbekgrondel kan tot 20 centimeter lang worden. De zwartbekgrondel is een gedeeltelijk stromingsminnende soort. Hij heeft een voorkeur voor stortstenen oevers maar is ook aangetroffen op zandbodems en tussen vegetatie.

In het Postelvaartje zit redelijk veel vis, maar dat zijn voornamelijk Zwartbekgrondels. Zwartbekgrondels hebben een vraatzuchtige eetlust en concurreren met inheemse vissoorten zoals de rivierdonderpad om voedsel en schuilplaatsen. Ze prederen ook op eieren en larven van inheemse vissoorten. Hoewel ze ook worden gegeten door snoekbaars, paling en meerval, blijft de impact op het ecosysteem groot.

vrijdag 20 maart 2026

Toename aantallen Middelste bonte spechten

De laatste jaren herpakt de Middelste bonte specht zich. Na een tijdelijke afname komen de laatste tien tot twintig jaar in heel Nederland steeds meer Middelste bonte spechten voor, tot zo'n 2000 tot 2500 paren in 2025. Twente telt nog altijd de meeste Middelste bonte spechten, maar in zuid- en zuidoost Brabant, en Zuid Limburg worden ze ook steeds meer gezien. In de stilte van het bos hoor je het luidruchtige roep van de Middelste Bonte Specht. Het klinkt net wat scheller en ketsender dan vergelijkbare agitatie-roepjes van de Grote Bonte Specht.


Toename aantallen Middelste bonte spechten🎤

De Middelste bonte specht is iets kleiner dan de Grote Bonte Specht. De snavel is korter en heeft opvallende ronde kop met geheel rode kruin. Deze is te verwarren met jonge Grote Bonte spechten, die ook een geheel rode krui hebben. De anaal streek is roze van kleur. Het territorium wordt afgezet met roffelen. De kop van de specht is speciaal aangepast om op het hout van een boom in te hakken. Vooral de man hakt veel op en in bomen. De man is degene die de nestholte uit hakt, tot acht meter boven de grond in voornamelijk afgestorven boomstammen of takken. Dit hakken kan enkele weken duren. De nestopening is rond.

Maar hoe kan het dat de specht geen hoofdpijn krijgt van het hakken? De specht is daar speciaal op gebouwd. Met zeer hoge snelheid hakt een specht zijn snavel in op het hout, waarbij zijn kop abrupt tot stilstand komt. Tijdens het kloppen ondervindt zijn hoofd zo een vertraging tot wel 1200 G,twaalf honderd keer het gewicht van zijn lichaamsdeel. Wij zouden dat niet overleven maar de specht wel. De vertraging van de spechtenkop is vele malen sterker dan die van een frontale autobotsing.

Het vrouwtje legt drie tot acht eieren, die op houtspaanders worden gelegd. De eieren zijn zuiver wit, want holenbroeders hebben geen schutkleur nodig voor de eieren. Na 16 dagen broeden komen de eieren uit. Als de jongen wat ouder worden komt er behoorlijk wat gekwetter uit het spechtengat. Dit bedelgedrag zet de ouders aan tot voeren. Na drie weken vliegen de jongen uit.

In het grootste deel van de twintigste eeuw was de Middelste Bonte Specht een zeldzaamheid. Vanaf 1996 nestelt de soort jaarlijks in het land, in sterk toenemende aantallen. Na de eeuwwisseling steeg het aantal vlot van enkele tientallen naar vele honderden broedparen. De verspreiding bleef aanvankelijk beperkt tot Zuid-Limburg, gevolgd door Twente, de Achterhoek, het Rijk van Nijmegen en Noord-Brabant. De soort rukt nog steeds verder naar het noordwesten op. Dat werd bevorderd door het ouder worden van bos en extensiever bosbeheer, met een grotere tolerantie van dood of stervend hout. Landelijk worden door vrijwilligers bij Waarneming.nl en aan Sovon meldingen doorgegeven en in kaart gebracht.

De Middelste bonte specht heeft zich een tiental jaren geleden in de natuurgebieden van Landgoed Wellenseind en het aansluitende Landgoed De Utrecht gevestigd. De oude bossen zijn een mooie habitat voor de Middelste bonte specht. Daar komen veel oudere loofbomen voor, waar de Middelste bonte specht zich graag ophoudt.