zaterdag 4 maart 2023

Zorgen rond de Roodborsttapuit populatie

Sinds 1975 heeft de roodborsttapuit een neergang meegemaakt. Rond 1984 telden Nederland nog slechts 1600-2300 paren Vervolgens heeft de soort vooral tussen 1995-2000 een verrassende comeback gekend. De populatie in 1998-2000 telde weer 6500-7000 paren en overtrof die van 1975 met 4100-5800 paren. Het verspreidingsgebied is echter licht verminderd (presentie -8%). In feite maskeert de aantal toename grote regionale trendverschillen binnen Nederland. De soort is uitgestorven in grote delen van Zuid-Drenthe, Twente, de Achterhoek, het rivierengebied (exclusief Gelderse Poort) en Zuid-Limburg.


De Roodborsttapuit, boven in de rietpluim

Lokaal was de soort destijds zeer algemeen in agrarisch cultuurlandschap (o.a. in zuidoostelijk Noord-Brabant en Zuid-Limburg). De recente comeback in sommige gebieden ten spijt was de soort daar vroeger ongetwijfeld talrijker dan tegenwoordig. Anderzijds zijn er aanwijzingen dat de dichtheden van de roodborsttapuiten in duin-, heide- en hoogveengebieden (nu gewoonlijk veel dichter bezet dan cultuurlandschap) destijds laag waren. De soort is daar tussen 1980-2000 sterk in aantal toegenomen en profiteert er van o.a. verruiging. De huidige landelijke aantallen nemen nog steeds toe. Het is onbekend of ze lager dan wel hoger zullen gaan uitvallen dan rond 1960.

Voor een afname van de roodborsttapuit met meer dan 25% (die aanleiding zou zijn voor opname van de soort op de Rode Lijst) zijn er geen aanwijzingen. De gedeeltelijke overstap van een verspreid voorkomen in agrarisch cultuurlandschap naar geconcentreerd nestelen in natuurgebieden heeft de soort wel kwetsbaarder gemaakt voor (veranderingen in) het beheer van deze gebieden. Het aandeel dat in natuurgebieden nestelt is binnen de landelijke populatie gestegen van 25% naar bijna 70% in 1973-2000. De Nederlandse populatie van de roodborsttapuit laat sinds 1981 (1981- 2003) een sterke toename zien. Ook over de periode 1994-2003 vertoont de landelijke trend een sterke toename.

De inkrimping van het broedgebied van de roodborsttapuit heeft zich beperkt tot het agrarisch gebied. Veelbetekenend is dat de soort vaak meteen na uitvoering van een herverkaveling verdween. Als belangrijkste oorzaken worden genoemd: het verdwijnen van overhoekjes, het spuiten en branden van sloten, greppels en akkerranden, de groeiende populariteit van zwaar bemeste maïsakkers en de verarming van agrarische graslanden. Gelukkig heeft de soort zich in aantal kunnen herstellen, profiteert sterk van natuurontwikkeling. Tussen 2018-2020 was het aantal broedparen gestegen naar 18.000-22.000. Sovon spreek over een significante toename van 5% per jaar over de laatste 12 jaar, en dat is goed nieuws.

Toch zijn we er nog steeds niet. Verdroging speelt ook de Roodborsttapuit parten. Veel natuurherstelmaatregelen veroorzaken ook een tijdelijke verstoring. Als er weer verruiging ontstaat met boompje en struiken die boven de heide uitsteken zal de Roodborsttapuit weer de uitkijkposten krijgen die ze gebruiken op jacht naar rondvliegende insecten. Vogelbescherming streeft een natuurrijker platteland na, met minder intensief beheerd gras- en bouwland en een minder 'aangeharkte' omgeving. Dat doen we onder meer via de campagne Red de Boerenlandvogels, de aanleg van Vogelakkers samen met vele partners, maar ook via voorlichting aan erfbewoners over hoe zij hun erven vogelvriendelijker kunnen inrichten.