vrijdag 21 februari 2025

Loopbrug Vogelkijkhut Langelinneput is opengesteld

De loopbrug die vanaf het kanaal naar de vogelkijkhutten aan de Langelinneput is na 3 jaar afgesloten te zijn weer opgeknapt. De toegang was al die tijd afgezet omdat de wandeldekplanken aangetast waren door houtrot. Agentschap voor Natuur en Bos vond de situatie niet langer veilig en sloot de brug af en liet de dekplanken verwijderen.


Loopbrug Vogelkijkhut Langelinneput is opengesteld

De Langelinneput maakt deel uit van natuurgebied Ronde Put, gelegen op grondgebied van Postel (gemeente Mol). Als je in Postel bij het krieken van de dag vertrekt voor een wandeling geniet je ongestoord van een prachtig stukje natuur. Verscholen achter de begroeiing langs het kanaal van Dessel naar Turnhout-Schoten vind je vlonderpaden en voetgangersbruggen die je toegang verschaffen door het natuurgebied van de Ronde Put en de Langelinneput. De observatiehutten geven je een ongestoord zicht van het leven op en rond het water.

De tweede brug die enkele honderden meters zuidelijker ligt, krijgt ook een opknapbeurt. Die brug leidt naar de vogelkijkhut Ronde Put (genoemd naar de put die centraal staat in het gelijknamige natuurgebied. De langs-draagbalken liggen al klaar, maar het ontbreekt nog aan de dekplanken.

Wordt vervolgd...



Footbridge Vogelkijkhut Langelinneput is open
The walkway that was closed off from the canal to the bird watching huts on the Langelinneput after being closed for 3 years. Admission had been closed all the time because the walking planks were affected by wood rot. Agency for Nature and Forest no longer found the situation safe, closed the bridge and had the decking removed.

De Langelinneput is part of the Ronde Put nature reserve, located on the territory of Postel (Municipality of Mol). If you leave in Postel at the cherries of the day for a walk, you will enjoy a beautiful piece of nature undisturbed. Hidden behind the vegetation along the Canal from Dessel to Turnhout-Schoten you will find decking paths and pedestrian bridges that give you access through the nature reserve of De Ronde Put and the Langelinneput. The observation huts give you an undisturbed visibility of life on and around the water.

The second bridge that lies a few hundred meters to the south also gets a makeover. That bridge leads to the bird watching hut Round well (named after the well that is central to the nature reserve of the same name. The longitudinal acts are already ready, but the deck shelves are still missing.

Be continued ....

woensdag 19 februari 2025

Wintervogels die je ook in jou tuin kunt krijgen

Welke vogels vind je het meeste in Nederlandse tuinen? In 2024 werd de koolmees in de meeste tuinen geteld, gevolgd door de merel en de roodborst. En gemiddeld ook 7 huismussen per tuin. Invloeden van het weer, beschikbaarheid van voedsel en veranderingen in het broedsucces zijn terug te zien in de resultaten per soort.


Wintervogels die je ook in jou tuin kunt krijgen

De simpelste manier om vogels te helpen en in je tuin te krijgen: voeren. Maar, elk vogeltje eet zoals het gebekt is en ze vinden niet allemaal hetzelfde voedsel lekker. Als je het leuk vindt om verschillende soorten in de tuin te krijgen, voer dan gevarieerd. Wist je dat je aan de vogelsnavel kunt zien wat zijn favoriete kostje is? Dikke snavel bij zaadeters, zoals mussen, dunne snavel bij insecteneters, zoals de roodborst. In onze webwinkel vind je voor elke vogel het beste voer.

Naast het soort eten, hebben tuinvogels ook nog andere voorkeuren voor waar dat eten moet liggen: op de grond, hangend in een boom, onder struiken of juist in een voerhuis. Zet ’s morgens een lage schaal met lekker vers water neer voor de vogels, om te drinken én te badderen. Dat doen ze namelijk ook midden in de winter, want zo verzorgen ze hun veren. Doe er nooit zout in, want dat is afschuwelijk ongezond voor vogels. Voeg ook nooit suiker toe, want als ze dan badderen, zitten hun veren helemaal onder een suikerplaklaagje. Vries het goed hard en blijft het water niet open? Geen probleem, dan pikken ze sneeuw of rijp om aan vocht te komen.

Haal afgevallen bladeren en uitgebloeide bloemen niet weg! De bloemen geven zaden, die vogels in de winter eten. En in het voorjaar ontkiemen de overgebleven zaden tot een fleurige lentetuin. En onder afgevallen bladeren leven insecten en die zijn op hun beurt ook weer vogelvoedsel. Veeg de bladeren wel van het gazon en groenblijvende planten, anders komen er gele plekken. Maar laat ze onder de tuinbank of onder de heg liggen. Je zult zien, die scharrelende roodborst maakt het de moeite waard!



Winter birds that you can also get in your garden

Which birds do you find most in Dutch gardens? In 2024 the great tit was counted in most gardens, followed by the blackbird and the robin. And on average also 7 house sparrows per garden. Influences of the weather, availability of food and changes in the breeding success can be seen in the results per species.

The simplest way to help and get birds in your garden: feeding. But every bird eats the way it is and they don't all like the same food. If you like to get different types in the garden, feed varied. Did you know that you can see what his favorite food is on the bird navel? Thick beak in seed eaters, such as sparrows, thin beak in insect eaters, such as the robin.

In addition to the type of food, garden birds also have other preferences for where that food should lie: on the floor, hanging in a tree, under bushes or in a feeding house. Place a low bowl with nice fresh water in the morning for the birds, for drinking and bathing. They do that in the middle of winter, because that's how they take care of their feathers. Never put salt in it, because that is horribly unhealthy for birds. Never add sugar, because when they bathe, their feathers are completely under a sugar slice layer. Does it freeze hard and does the water not remain open? No problem, they pick snow or ripe to get moisture.

Do not remove fallen leaves and faded flowers! The flowers give seeds that birds eat in the winter. And in the spring the remaining seeds gain into a colorful spring garden. And with fallen leaves, insects live and they in turn are bird food again. Wipe the leaves from the lawn and evergreen plants, otherwise yellow places will come. But leave them under the garden bench or under the hedge. You will see that roaming robin makes it worthwhile!

donderdag 13 februari 2025

Kleine zwanen op een besneeuwd Beleven

De Kleine zwanen ontwaakten in Reusel op het Beleven, terwijl het Beleven in een sneeuwlandschap was veranderd. De Kleine zwanen waren met ruim vijftig exemplaren talrijk vertegenwoordigd. De witte zwanen zijn Kleine zwanen. De Kleine zwanen zijn kleiner als de Wilde zwaan en hebben in verhouding een grotere kop en het geel op de snavel blijft niet schijn naar voren tot aan de snavelrand doorlopen, maar trekt zich weer terug naar de mondhoek.


Kleine zwanen op een besneeuwd Beleven

Kleine zwanen (Cygnus bewickii) foerageren soms met honderden tegelijk op graslanden. 's Avonds is hun roep te horen als ze van de voedselplek naar een veilige slaapplek vliegen. Zo'n plaats is vaak een meer of afgesloten natuurgebied dat 's nachts voldoende veiligheid biedt. Kleine zwanen zijn vanaf oktober tot maart te zien in Nederland.



Bewick’s swans on a snowy Beleven

The Bewick’s swans (Cygnus bewickii) awoke in Reusel on the Beleven, while the Beleven had changed into a snowy landscape. The Bewick’s swans were represented in large numbers with over fifty specimens. The white Bewick’s swans are Whooper Swans. The Bewick’s swans are smaller than the Whooper Swan and have a relatively larger head and the yellow on the beak does not continue forward to the edge of the beak, but retreats to the corner of the mouth.

Bewick’s swans sometimes forage in hundreds at a time on grasslands. In the evening their call can be heard when they fly from the feeding place to a safe sleeping place. Such a place is often a lake or closed nature reserve that offers sufficient safety at night. Bewick’s swans can be seen in the Netherlands from October to March.

zaterdag 8 februari 2025

IJsvogelnest in een wortelkluit bij de beek

Wie ooit een laagvliegende blauwe flits langs heeft zien komen, heeft waarschijnlijk een ijsvogel gezien. IJsvogels zijn vooral vogels van beken en rivieren met zoet, stromend water, maar broeden ook aan stilstaand water (vooral in Nederland). De IJsvogel is onmiskenbaar blauw en oranje gekleurd. Beetje plomp gebouwd met korte staart en een grote kop en snavel. Witte keel en zijhals. Vleugels en kruin groenachtig blauw met een helderblauwe rug en stuit. Vrouwtjes hebben een oranjerode snavelbasis, bij de man is die zwart.


IJsvogelnest in een wortelkluit bij de beek

IJsvogels nestelen liefst langs langzaam stromende beken. IJsvogels duiken in helder, liefst stromend water naar bij voorkeur visjes maar ook naar waterinsecten. IJsvogels stellen prijs op enkele bomen of struiken langs de oever, bij wijze van uitvalsbasis. Ze zitten dan vaak stil op een laaghangende tak boven het water te loeren naar visjes. Voordat hij duikt 'bidt' de ijsvogel even boven het water. Ze eten het liefst visjes maar ook waterinsecten zoals libellenlarven. Vissen worden mee naar de zitpost genomen en daar eerst tegen een tak geslagen voordat ze worden doorgeslikt. Jaagt vanaf een zitpost en bidt ook regelmatig. Duikt in het water om zijn prooi te pakken.

De IJsvogel broedt meestal twee tot drie keer per jaar. Bij zeer gunstig weer of verlies van een legsel kunnen tot vier legsels per jaar worden geproduceerd. Aan het begin van de paartijd in februari zoekt het mannetje een vrouwtje, meestal hetzelfde vrouwtje als het voorgaande jaar. Hij kan in de paartijd tot drie vrouwtjes bevruchten. De paarvorming begint met een achtervolging in de lucht, vlak bij de toekomstige locatie van het nest. Tijdens deze achtervolging slaakt het mannetje scherpe kreten. Hiermee wordt de agressie van de ijsvogels geneutraliseerd. Vervolgens strijken de dieren naast elkaar neer en richten ze zich verticaal op, met de snavel licht omhoog. Na de paarvorming begint het mannetje met de bouw van het nest. Als het mannetje een oud nest wil betrekken, toont hij dit door er geregeld in en uit te vliegen.

IJsvogels maken holtes in een steile oeverkant of een omgevallen boom om er te broeden. De holt bestaat uit een licht oplopende gang met een doorsnede van 5 tot 5,5 cm en een lengte van 30 tot 100 cm. Deze gang eindigt in een ronde nestkamer, waarin de eieren worden gelegd. De opening van het hol bevindt zich meestal zo'n 90 tot 180 cm van de bodem, zelden lager dan 60 cm. Na een week is de nestgang klaar.



Kingfisher's nest in a root ball at the stream

Anyone who has ever seen a low -flying blue flash has probably seen a kingfisher. Kingfishers are mainly birds of streams and rivers with sweet, running water, but also breed on stagnant water (especially in the Netherlands). The kingfisher is unmistakably blue and orange colored. Little plum built with short tail and a large head and beak. White throat and side neck. Wings and crown greenish blue with a clear blue back and rump. Females have an orange -red beak base, with the man it is black.

Kingfishers prefer to nest along slowly flowing streams. Kingfishers dive into clear, preferably running water to preferably fish but also to water insects. Kingfisher's appreciate a few trees or bushes along the bank, as a base. They often sit still on a low -hanging branch above the water lurking for fish. Before he dives, the kingfisher 'prays' just above the water. They prefer to eat fish but also water insects such as dragonfly larvae. Fish are taken to the sitting post and first hit a branch before they are swallowed. Hunts from a sitting post and also prays regularly. Dives into the water to grab his prey.

The kingfisher usually breeds two to three times a year. In the event of very favorable weather or loss of a laying, up to four legs per year can be produced. At the start of the mating season in February, the male is looking for a female, usually the same female as the previous year. He can fertilize to three females in the mating season. The pair formation starts with a chase in the air, close to the future location of the nest. During this chase, the male makes sharp cries. This neutralized the aggression of the kingfishers. Then the animals settle next to each other and set up vertically, with the beak light up. After the pair formation, the male starts with the construction of the nest. If the male wants to involve an old nest, he shows this by regularly flying in and out.

Kingfishers make cavities in a steep shift or a fallen tree to breed there. The cave consists of a slightly rising corridor with a diameter of 5 to 5.5 cm and a length of 30 to 100 cm. The opening of the cave is usually about 90 to 180 cm from the bottom, rarely lower than 60 cm. After a week the nesting is ready.