dinsdag 12 januari 2021

De Neterselse Heide in de winter

De winter van 2020 - 2021 is voorlopig nog een zachte, grijze winter. Veel vorstdagen hebben we nog niet gehad. Het afgelopen weekend was dat wel het geval. Gelukkig voor de natuur heeft het wel veel geregend. Geen zware plensbuien, maar wel met regelmaat. Dat zorgt er voor dat het water goed de grond in kan trekken. volgens de watermeetputten die Op de Neterselse Heide metingen verrichten, staat het waterpijl nu op 80 cm onder het maaiveld. Op een andere plaats, op 300 meter van de Groote Beerze is dat 1 meter onder het maaiveld. Dat het waterpijl erg wisseld per locatie is duidelijk als we er andere plaatsen bij nemen. Op de Landschotse Heide (Middelbeers) is dat al 1,5 meter, op Kampina (Oisterwijk - Boxtel) wisseld dat van 0,8 meter tot 1,5 meter onder het maaiveld.


De Neterselse Heide komt er dus nog goed vanaf. Ondanks dat het veel hoger ligt als de Kampina (24 meter boven NAP tegen 9 meter boven NAP, zijn er factoren die meer bepalend zijn dan de hoogte, zoals grondsoort, waterbeheer en de diepe ondergrond. In Brabant meten 112 peilbuizen constant de grondwatertoestand in Brabant. Per peillocatie vergelijken waterschappen de grondwaterstand met die van de afgelopen 10 jaar. Daaruit blijkt dat het de laatste 10 jaar veel droger is geworden. Met een herinrichting van natuurgebieden en beken wordt getracht het tij te keren. In de loop van dit jaar staat de herinrichting van het Dal van de Groote Beerze op het programma. Rechte stukken krijgen weer de oude meandering terug van voor de ruilverkaveling, die in de 70er jaren van de vorige eeuw plaats vond. Toen moest het water snel afgevoerd worden om de akkers droog te krijgen, zodat de boeren er met de tractoren op konden. Het klimaat is intussen zo veranderd dat de vele regen in de winter opgespaard moet worden om zo een buffer aan te leggen tegen de droge periode in de zomer. Ondiep verbreden van het breed tracé is de oplossing om waterberging te creëren. En dat gaat dan ook gebeuren bij de Groote Beerze.

De Neterselse Heide is gelegen ten noorden van Netersel en is 229 ha groot. Op de Neterselse Heide vindt men droge, maar vooral ook natte heide. Moeraswolfsklauw, beenbreek en klokjesgentiaan komen er voor, evenals witte snavelbies en zonnedauw. Van de vogels kunnen blauwe kiekendief, boomleeuwerik en roodborsttapuit worden genoemd. Een zeldzaam bostype is het dophei-berkenbroek. Dit bestaat uit open begroeiing van zachte berk op zure, voedselarme natte bodem. Het bos groeit traag en de bomen worden niet hoger dan 5 à 10 meter. De begroeiing bestaat uit dopheide, gagel, veenmossen en bulthaarmos. Op de natte zure en voedselarme bodems komt vegetatie van het Dopheideverbond voor. Karakteristieke soorten zijn hier Dopheide, Pijpestrootje, Trekrus, Veenbies en Veenpluis. Dit vegetatietype is vaak vergrast met Pijpestrootje.

Als gevolg van een verminderde toestroming van grondwater in Neterselse heide ontstaat verzuring. Deze ligt diep en heeft daardoor een ontwaterende werking. Zowel Mispeleindse en Neterselse Heide en Landschotse Heide grenzen aan landbouwgebied. Vooral de zuidelijke gelegen landbouwgebieden zijn van nature de wat hoger gelegen water voedingsgebieden. Door een combinatie van factoren (grondwaterstandsdaling, eutrofiëring, successie) zal heide vergrassen.

Als gevolg van een verminderde toestroming van grondwater in Neterselse heide ontstaat verzuring. Deze ligt diep en heeft daardoor een ontwaterende werking. Zowel Mispeleindse en Neterselse Heide en Landschotse Heide grenzen aan landbouwgebied. Vooral de zuidelijke gelegen landbouwgebieden zijn van nature de wat hoger gelegen water voedingsgebieden. Door een combinatie van factoren (grondwaterstandsdaling, eutrofiëring, successie) zal heide vergrassen.