zondag 30 december 2018

Twee jaar terug; Wilde zwaan op het Beleven

Het is al weer twee jaar geleden. Zaterdag 2 januari 2016 zaten een aantal Wilde zwanen in Reusel op het Beleven. Daarna zijn ze niet daar meer gezien. Het werd sindsdien niet koud genoeg meer in Noord Europa om de zwanen naar het zuiden af te laten zakken om daar voedsel te kunnen vinden. In het zuiden van Scandinavië werd het niet veel kouder als bij ons en sneeuw viel er ook maar weinig. Waarom zouden ze ook verder vliegen als er daar voldoende voedsel te vinden is? Om ze hier terug te zien zal het harder moeten gaan winteren in Noord Europa. Dat zou zo maar kunnen als er een aanhoudend hogedrukgebied boven IJsland en Groenland ontstaat en blijft hangen.

Een Wilde zwaan die zijn vleugels even uitslaat.

Zoals alleen warmte en zonnig weer de zomer tot een zomer maken, horen koud weer met sneeuw en ijs bij de winter. Het is dan ook niet vreemd dat je als meteoroloog in de zomer op de weerkaarten naar zomerweer zoekt, terwijl je interesse in de winter vooral naar winterse weerkaarten uitgaat. Daarbij is de kans op succes tegenwoordig in de zomer overigens een stuk groter dan in de winter. Winterkaarten zijn zeldzaam. Nu de decembermaand op zijn einde loopt en we weten dat de maand erg zacht en nat is geweest, begint het langzaamaan interessanter te worden. De maand januari werpt zijn schaduwen vooruit, de eerste van de twee wintermaanden die we nog voor de boeg hebben.

Twee ijzers in het vuur
Zo langzamerhand begint het erop aan te komen. Twee ijzers hebben we, als het om winterweer gaat, nog in het vuur: het zonnevlekkenminimum dat in de loop van de winter op het ontstaan van hogedrukgebieden boven Noord-Europa zou kunnen uitdraaien en de Modoki-El Niño, die aan een koude februari maand zou kunnen voorafgaan. Met dit dubbele gereedschap in het achterhoofd, wordt iedere modelrun breed gewogen. Wat we zien, is nog niet heel erg spannend.

December voldeed niet helemaal
Eerst even een klein beetje geschiedenis. Was het de decembermaand die we verwachtten? Ja en nee. Ja, omdat het zacht en nat was. Nee, omdat de westcirculatie zoals we die zagen niet helemaal voldeed aan het beeld dat we van tevoren hadden. De Oceaan had dan wel de macht, maar hogedrukgebieden stonden zeker niet buiten spel. Er rolde zelfs een kortdurende periode met winters weer uit de bus, uitlopend op een geslaagde dooiaanval met wat sneeuw.

Hogedrukgebied is er alweer
Verder waren de temperaturen wel hoog, maar zeker niet recordhoog. En de verwachte stormen bleven uit. Sterker nog, de laatste dagen is de westcirculatie alweer geblokkeerd. We zitten in onze omgeving tegen een sterk hogedrukgebied aan te kijken. Voor winterliefhebbers ligt het wel helemaal verkeerd, namelijk ten zuiden van Nederland. Bij ons kan relatief zachte en vochtige lucht met een zuidwestelijke wind daardoor nog makkelijk het land binnenkomen. Met wolkenvelden en een vaak wegblijvende zon als gevolg. Alleen het zuiden zit wat dit betreft iets beter.

Parelmoerwolken
Ondertussen is er op de achtergrond wel van alles aan de hand. Een paar dagen geleden werden we in het noorden van Nederland met de zeer zeldzame parelmoerwolken wakker. Het zijn wolken die in de stratosfeer op een hoogte van ongeveer 25 kilometer ontstaan als het daar extreem koud is. De afgelopen dagen werden er temperaturen van rond -85 graden gemeten. Zulke kou op grote hoogte hoort eigenlijk niet boven Nederland thuis, maar boven de Noordpool. Dat die koude lucht wel naar onze omgeving is gestroomd, komt doordat de stratosfeer boven de Noordpool op dit moment aan een snelle opwarming onderhevig is. De windpatronen, die er normaal heel duidelijk en westelijk zijn, worden daardoor helemaal op hun kop gegooid. En zo kan de kou naar ons toe wegstromen.

Latere gevolgen voor ons weer?
Omdat die koude lucht heel hoog in de atmosfeer ligt, heeft dit voor het weer bij ons verder geen gevolgen. De verstoring van het windpatroon in de stratosfeer boven de Noordpool kan uiteindelijk wel gevolgen voor het weer bij ons krijgen, al gaan daar nog wel een paar weken overheen. Zo’n verstoorde stratosferische drukverdeling komt in het algemeen langzaam naar beneden en zal uiteindelijk ook de drukverdeling die wel voor ons weer van belang is gaan beïnvloeden.

ECMWF hint op verandering
Wat we ervan kunnen verwachten, is hier niet helemaal duidelijk. Terwijl het boven de Noordpool in de stratosfeer straks heel anders dan normaal is, blijft in het stukje dat voor het weer bij ons van belang is wel steeds een straffe westenwind waaien, zoals normaal ook het geval is. Mogelijk merken we er dus zelfs helemaal niets van. Aan de andere kant bestaat ook nog steeds de kans dat dit gebied met westelijke winden in twee stukken wordt opgebroken. Dan wordt het ook voor het weer bij ons interessanter, want kunnen in de buurt van IJsland en Groenland hogedrukgebieden ontstaan die koude lucht wel tot in de buurt van Nederland kunnen brengen. Met dan een toenemende kans op vuil winterweer, met vorst vooral in de nachten en een vrij grote kans op sneeuw. De laatste twee runs van het Europees Centrum voor Weersverwachtingen op Middellange Termijn laten zoiets begin januari voor de eerste keer voorzichtig gebeuren.

Hogedrukgebieden Scandinavië?
Hogedrukgebieden boven Scandinavië lijken voorlopig juist minder kans te maken. Op basis van de huidige verdeling in de bovenlucht, moet de atmosfeer daar op hoogte vooral koud blijven. Een voedingsbodem die vooral geschikt is voor lagedrukgebieden en niet voor hogedrukgebieden.

Voorlopig vaak bewolkt
Dus: voorlopig hoeven we het over de westcirculatie even niet te hebben en zijn het opnieuw hogedrukgebieden aan zet. Voorlopig in de buurt van Nederland en wel op zo’n manier dat het in onze omgeving vaak bewolkt is. Alleen in gebieden waar het in de nachten even opklaart, kan het een paar graden vriezen, anders is het boven nul. Overdag temperaturen steeds tussen 5 en 10 graden en als een verzwakt frontrestant passeert kan ook een beetje regen of motregen vallen.

Na de jaarwisseling anders?
Pas na de jaarwisseling wordt het voorzichtig interessanter. Omdat die sterke opwarming van de stratosfeer boven de Noordpool dan echt vorm krijgt en we de details goed in de gaten moeten gaan houden. Want daar zal het vervolg van de winter in hoge mate van gaan afhangen. Het wordt dus spannend de komende weken. En dat vooral eerst in de stratosfeer, hoog boven ons.

Bron: MeteoGroup.


De wilde zwaan (Cygnus cygnus) is een ongeveer 1,5 meter grote, witte zwaan die voorkomt in Noord-Europa en Azië. De lengte varieert van 140 tot 165 centimeter; de spanwijdte bedraagt 205 tot 275 cm. Het onderscheid met de even grote en ook in Noordwest-Europa voorkomende knobbelzwaan is dat de wilde zwaan een zwarte snavel heeft met een grote gele vlek aan de basis. De gele vlek loopt naar voren uit in een punt, een verschil met de afgeronde en minder ver naar voren doorlopende gele vlek bij de kleinere maar in uiterlijk verder sterk gelijkende kleine zwaan (Cygnus bewickii). De bovenkant van de snavel verloopt recht, zonder de knobbel die de knobbelzwaan heeft. Wilde zwanen zijn schuwer dan de knobbelzwaan, en geven de voorkeur aan een rustige nestelgelegenheid. Ze zijn luidruchtig, zowel tijdens het vliegen als bij de verdediging van hun territorium.

Sinds 2005 broeden er Wilde Zwanen in Nederland. Het gaat tot nu toe om een enkel paar in Zuidwest-Drenthe, in soms wisselende samenstelling, dat verschillende jongen grootbracht. Mogelijke broedpogingen elders in Noordoost-Nederland bleven zonder succes. De vestiging in Nederland past in de toename van de Noord-Europese broedpopulatie (tot meer dan 10.000 paren) en de uitbreiding van het verspreidingsgebied in zuidelijke richting, onder andere in Duitsland.

Als echte wintergast wordt de Wilde Zwaan bijna uitsluitend tussen november en maart gezien. Ons land ligt aan de zuidwestrand van het overwinteringsgebied en is in Europees opzicht van betrekkelijk geringe betekenis voor deze soort. Het aantal Wilde Zwanen dat Nederland bezoekt is gewoonlijk klein (minder dan 2500 ex.) , maar neemt snel toe bij strenge vorst en zware sneeuwval ten noordoosten van ons land.. Tijdens een influx verblijven er tot 7000 Wilde Zwanen in ons land. Groepen zoeken zowel open agrarische gebieden op (Veenkoloniën, Noordoostpolder, Wieringermeer) als grote open wateren (Veluwemeer). Ze blijven gewoonlijk vooral in het noorden en oosten van het land hangen. Bij verplaatsingen vanwege het winterweer, of na overstromingen langs de Grote Rivieren, zijn Wilde Zwanen ook in de zuidhelft van het land wat algemener.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten