zaterdag 6 december 2014

De Roodborst (Erithacus rubecula)

De Roodborst of het Roodborstje (Erithacus rubecula) is een zangvogel uit de Lijsters familie (Turdidae). Hij waagt zich dicht bij huizen, vooral 's winters. Verder is het een zeer talrijke broedvogel van grote tuinen, parken en bossen.


Het is een vrij gedrongen vogeltje en zowel mannetjes als vrouwtjes hebben een opvallende bruinrode tot oranje keel. Tegen soortgenoten zijn zowel mannetje als vrouwtje daarentegen heel agressief en verdedigen zomers en 's winter fel hun territorium. Ze tonen daarbij de rode borstveren. De staart is roodbruin, de rug bruin en de buik lichtgekleurd. De zang is het hele jaar te horen. Hij begint 's ochtends te zingen als het nog donker is. Bij gevaar stoot hij de kreet 'tsik' uit. Een bijzonderheid van de roodborst is dat ook de vrouwtjes zingen, vooral in de herfst. Jonge vogels hebben een gespikkelde kop en borst. Het vogeltje is 14 cm lang.

Meestal maken ze hun nesten goed verborgen op de grond. De twee legsels bestaan vaak uit 5-6 eieren die twee weken bebroed worden. Na 14 dagen verlaten de jongen het nest. Ze worden dan nog een week door de ouders verzorgd. De jongen hebben nog geen rode borst. Daardoor zijn ze goed gecamoufleerd en wekken geen agressie op bij de ouders. Veel van onze roodborsten trekken in de winter naar Frankrijk en Spanje. Vanuit Noord-Europa komen grote aantallen naar Nederland.

Zijn voedsel bestaat voornamelijk uit insecten, larven, poppen, spinnen, slakken, regenwormen, eieren en bessen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten